Gaat de transitievergoeding opnieuw op de schop als gevolg van het coalitieakkoord?
Op 30 januari 2026 presenteerden de coalitiepartijen hun coalitieakkoord. Daarin staan - naast natuurlijk de voorgenomen aanpak van de kernproblemen waar Nederland tegenaan loopt - onder meer interessante voornemens van de coalitie voor de transitievergoeding. Worden deze plannen doorgevoerd (wat natuurlijk nog te bezien is), dan zal de transitievergoeding alweer een ingrijpende wijziging ondergaan.
De ontwikkeling van de berekening van de transitievergoeding
De transitievergoeding is met de Wet werk en zekerheid (Wwz) in 2015 geïntroduceerd als opvolger van de ontslagvergoeding (of de kantonrechtersformule). Onder het motto van ‘hard and fast rules’ werd de ‘ingewikkelde’ kantonrechtersformule ingewisseld voor de ‘simpele’ transitievergoeding. De transitievergoeding staat kortgezegd gelijk aan 1/3e bruto maandsalaris vermeerderd met vakantie- en eventuele andere toeslagen per jaar dat het dienstverband heeft geduurd.
Aanvankelijk had de werknemer pas recht op een transitievergoeding als zijn arbeidsovereenkomst na een dienstverband van minimaal twee jaar lang werd beëindigd. Het doel van de transitievergoeding was namelijk dat de werknemer dit bedrag kon gebruiken om over te stappen naar nieuw werk, bijvoorbeeld door het verlies van inkomen te compenseren of een nieuwe opleiding of omscholing van te betalen. De gedachte was dat dit niet of in mindere mate aan de orde zou zijn bij een relatief kort dienstverband van twee jaar.
Dat is per 1 januari 2020 gewijzigd met de inwerkintreding van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB). Sindsdien heeft de werknemer al vanaf de eerste werkdag recht op een transitievergoeding, uiteraard op voorwaarde dat het dienstverband op initiatief van werkgever en niet wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer wordt beëindigd. Daartegenover stond dat dienstverbanden van langer dan tien jaar, die aanvankelijk zwaarder meewogen in de berekening van de transitievergoeding, nu ook ‘slechts’ voor 1/3e maandsalaris inclusief toeslagen meewogen.
Welke wijziging heeft de coalitie zich nu voorgenomen?
De coalitie wil de transitievergoeding nu opnieuw wijzigen. De coalitie heeft voor ogen om tijdens het dienstverband door de werkgever in scholing van de werknemer geïnvesteerde kosten ‘aftrekbaar’ te maken van de transitievergoeding. Dit past binnen het bredere doel van de coalitiepartijen om te investeren in ‘Leven Lang Ontwikkelen’. Daarnaast worden ook kosten die de werkgever heeft geïnvesteerd in re-integratieverplichtingen aftrekbaar. Dat wil zeggen dat dergelijke investeringen ervoor (kunnen) zorgen dat de werkgever een gematigde, of zelfs helemaal géén transitievergoeding verschuldigd is aan de werknemer.
Men kan zich de vraag stellen of het bijhouden van uitgaven aan bij- of omscholing van de werknemer en re-integratieverplichtingen van de werkgever tijdens het dienstverband en een mogelijke ‘verrekening’ daarvan met de transitievergoeding nog in lijn is met de ‘hard and fast rules’ van de Wwz. Zo is het denkbaar dat er bij het einde van het dienstverband discussies ontstaan tussen werkgever en werknemer over welke ‘investeringen’ in de werknemer zijn gedaan en of deze ‘aftrekbaar’ zijn van de transitievergoeding.
Bovendien zullen deze geschillen zich in de regel pas voordoen bij het einde van het dienstverband, terwijl de ter discussie staande ‘investeringen’ mogelijk al jaren geleden zijn gedaan. Daarnaast zijn er nog praktische bezwaren denkbaar zoals de vragen welke kosten dan precies als investering kwalificeren, wie verantwoordelijk is om deze uitgaven bij te houden en hoe geschillen over wel of niet gedane investeringen kunnen worden beslecht.
Voor nu blijft het alleen nog bij een voornemen uit het coalitieakkoord. Het wordt interessant om te zien of en hoe dit voornemen uiteindelijk zal worden uitgewerkt in een concreet wetsvoorstel.
Afschaffing van de compensatieregeling, herleving van de slapende dienstverbanden?
Maar daar blijft het niet bij: de coalitie wil ook de compensatieregeling voor de transitievergoeding afschaffen. De compensatieregeling houdt in dat de werkgever bij een einde dienstverband na twee jaar ziekte van de werknemer (de b-grond) door het UWV wordt gecompenseerd voor de hoogte van de transitievergoeding die hij als gevolg van de beëindiging aan de werknemer verschuldigd is.
Deze compensatieregeling is met de WAB in het leven geroepen om het aantal ‘slapende dienstverbanden’ terug te brengen. Slapende dienstverbanden zijn kort gezegd dienstverbanden die ‘slapen’ omdat de loondoorbetalingsverplichting van 104 weken is verlopen en er dus geen loon meer wordt betaald. Deze dienstverbanden blijven bestaan omdat de werkgever het dienstverband niet beëindigt omdat hij dan een (hoge) transitievergoeding moet betalen. De compensatieregeling is in het leven geroepen om deze ‘dubbele belasting’ van de werkgever (twee jaar loondoorbetaling én een transitievergoeding) te verhelpen.
Deze problematiek is (grotendeels) verholpen door de Xella-uitspraken van de Hoge Raad, waarin op grond van goed werkgeverschap een verplichting van de werkgever is aangenomen om mee te werken aan de beëindiging van het slapende dienstverband op verzoek van de werknemer. Voor deze uitspraken was van belang dat er de compensatieregeling gold waarop de werkgever aanspraak kon maken. Het is daarom de vraag of de zogeheten Xella-verpichting ook nog geldt als de compensatieregeling wordt afgeschaft. Uit de rechtspraak zal moeten blijken of dit inderdaad het (misschien wel onbedoelde) effect zal zijn van de afschaffing van de compensatieregeling.
De eerste conclusies daaromtrent zullen waarschijnlijk al eerder getrokken kunnen worden dan dat de coalitie de volledige afschaffing van de compensatieregeling heeft omgezet in een wetsvoorstel. Dit voornemen volgt namelijk de lijn van een al eerder ingediend wetsvoorstel, dat strekt tot het gedeeltelijk afschaffen van de compensatieregeling. Op grond van dit wetsvoorstel kunnen alleen ‘kleine werknemers’ nog een beroep doen op de compensatieregeling. Dit voorstel moet nog door de Eerste Kamer worden beoordeeld. Als het door de Eerste Kamer komt, is het de bedoeling dat het per 1 juli 2026 in werking treedt. De werking hiervan op de praktijk zal dus zonder meer interessant zijn met het oog op de voorgenomen volledige afschaffing van de compensatieregeling.
Conclusie
Uit het coalitieakkoord wordt duidelijk dat de transitievergoeding opnieuw ingrijpend veranderd dreigt te worden. Het zal nog even afwachten zijn hoe dit precies uitgewerkt zal worden. Wanneer daar meer duidelijkheid over is, zal een update van deze blog worden uitgebracht.
Daarnaast zal de discussie over slapende dienstverbanden vermoedelijk herleven als de compensatieregeling (gedeeltelijk) wordt afgeschaft. Hiervoor is het eerst afwachten of het huidige wetsvoorstel tot beperking van de compensatieregeling door de Eerste Kamer komt, omdat dit een voorbode zal vormen voor de voorgenomen volledige afschaffing.
Neem op tijd contact op voor raad en daad
Deze wijzigingen kunnen aanzienlijke gevolgen hebben voor organisaties en voor werknemers wiens dienstverband wordt beëindigd. Het is bijvoorbeeld verstandig om slapende dienstverbanden zo veel mogelijk te beëindigen zolang de compensatieregeling nog geldt om onnodige kosten te voorkomen. WK Advocaten denkt daar graag actief aan mee.
Neem daarom vrijblijvend contact op met één van onze arbeidsrechtadvocaten of bel naar 023 710 000 22.