Fietsers gaan niet altijd vrijuit

Je krijgt soms de indruk dat fietsers zich in het verkeer ongenaakbaar voelen. Dat is niet geheel onterecht: in het verkeersrecht genieten fietsers extra bescherming. Volgens artikel 185 van de Wegenverkeerswet krijgt een ongemotoriseerde fietser in beginsel minimaal de helft van zijn schade vergoed, zelfs als hij zelf een verkeersfout maakt. Deze regel heeft ook een ‘reflexwerking’: voor gemotoriseerde verkeersdeelnemers is het juist moeilijker om hun volledige schade vergoed te krijgen ondanks dat een fietser of voetganger de oorzaak is van het ongeval.

Maar fietsers gaan niet helemaal vrijuit. Dat bleek onlangs uit een uitspraak van de rechtbank Amsterdam.

De rechtbank oordeelde dat een fietser 90 % van de schade moest vergoeden aan de scooterbestuurder toen aan hem geen voorrang werd verleend door de fietser zodat hij hard moest remmen en uitwijken waardoor hij viel met een lelijke beenbreuk en blijvend letsel tot gevolg.

De scooterrijder stelde de fietser aansprakelijk voor onzorgvuldig rijgedrag en vorderde 100% van zijn schade. De WA verzekering van de fietser (gelukkig had zij een WA verzekering afgesloten) wees aansprakelijkheid af met het argument dat haar verzekerde, de fietser, zich aan de verkeersregels had gehouden en de scooterrijder de val aan zichzelf had te wijten.

Uit beider verklaringen aan de politie blijkt dat fietser en scooterbestuurder elkaar pas op het laatst hadden waargenomen. Volgens de fietser reed de scooter te hard. De politie vermeldt in het proces-verbaal als vermoedelijk toedracht dat de fietser geen voorrang had verleend op een gelijkwaardige kruising.

Hoe oordeelde de rechter?

De zaak werd beoordeeld aan de hand van artikel 185 Wegenverkeerswet. Dit artikel beschermt ongemotoriseerde verkeersdeelnemers, maar kent ook de reflexwerking: zelfs als de fietser volledig schuldig is, blijft een deel van de schade in beginsel voor rekening van de gemotoriseerde partij tenzij sprake is van overmacht.

De rechter oordeelde dat er geen sprake was van overmacht. De scooterbestuurder had rekening moeten houden met ‘minder oplettende verkeersdeelnemers die zich niet volledig aan de verkeersregels houden’ en zijn snelheid hierop moeten aanpassen. De fout van de fietser was niet zo onwaarschijnlijk dat de scooter daar geen rekening mee hoefde te houden.

Het komt dan tot een verdeling van de mate van schuld tussen de gemotoriseerde en de ongemotoriseerde in evenredigheid met de mate van de wederzijds gemaakte fouten. De rechter oordeelde dat de oorzaak van het ongeval voor 85 % op conto van de fietser kwam.

Vervolgens paste de rechter een billijkheidscorrectie toe, mede omdat de scooterrijder blijvend letsel opliep en de fietser wel WA-verzekerd was. Uiteindelijk moest de fietser 90% van de schade vergoeden.

Conclusie: fietsers genieten extra bescherming in het verkeer maar gaan zeker niet vrijuit wanneer zij door hun toedoen een gemotoriseerde verkeersdeelnemer schade berokkenen. Heb je te maken met een dergelijk ongeval? Laat je dan goed adviseren over de mogelijkheden.

Heb je vragen over aansprakelijkheid na een verkeersongeval? Neem contact op met ons kantoor.